De vrouwen van Philippus II van Macedonië
ENGLISH Vrouwen in de oudheid hadden niets te zeggen. Nee, echt helemaal niets. Ze hadden absoluut geen rechten en werden behandeld als handelswaar. Ik zou wel graag in de oudheid geleefd hebben, maar dan wel als man hoor!
Ja, en dan de beruchte vrouwenloper Philippus II of zo schetst de geschiedenis hem toch af.
Ik ben nog steeds in Ian Worthingtons boek verdiept en ben nu beland bij het hoofdstuk Moord en Opvolging. Hij begint dit met het aangekondigde huwelijk van Philippus en Eurydice, voorheen Cleopatra. Zo lees ik dat na het overlijden van Cleopatra’s vader en broer, Attalus zich als voogd ontpopte en haar als zijn nicht adopteerde. Ze was dus een adoptieve nicht en geen echte familie, maar wel van oerechte Macedonische afkomst. En, zo lees ik verder, zou dit huwelijk van Philippus met Eurydice, nu eens geen politieke zet zijn geweest – maar echte liefde, van de kant van Philippus dan wel te verstaan.
De enige bron waar de zeven vrouwen van Philippus vermeld staan met daarbij de reden voor hun huwelijk, zijn fragmenten uit een biografie geschreven in de 3de eeuw v.C. door ene Satyrus, filosoof van de school van Aristoteles, en tot ons gekomen via Atheneus, een schrijver uit de 2de eeuw n.C. Helemaal correct is de lijst/volgorde blijkbaar niet, maar in grote lijnen komt het hierop neer dat alle huwelijken met de oorlogen van Philippus in verband te brengen zijn. Hij citeert:
Audata (2), een Illyrische, waarmee hij een dochter Cynna kreeg;
Phila van Elimea (1), de zus van Derdas en Machatas, voor zijn controle over Amphaxitis;
Nicesipolis (5) van Pherae (toen hij zich Thessalië wilde toe-eigenen), die hem een dochter Thessalonike schonk; en
Philinna van Larisa (3) (ook toen hij zich Thessalië wilde toe-eigenen), die hem Arrhidaeus schonk;
Olympias (4) diende voor de annexatie van Molossië (Epiros);
Cleopatra (7) zus van Hippostratus en nicht van Attalus, op wie Philippus verliefd was, en die hem een dochter Europa schonk.
Dit is de volgorde die Atheneus geeft, maar hier mankeert dan vrouw nummer (6), Meda van de Getae stammen. Het cijfer tussen haakjes zou volgens Worthington de juiste volgorde zijn, gebaseerd op zijn analyse van Philippus’ campagnes.
Worthingtons theorie is dat Philippus, die nu de vrede en eenheid in Griekenland heeft bewerkstelligd en zich klaarmaakt om Azië binnen te vallen, een of meerdere opvolgers wil hebben om het Macedonische koningschap zeker te stellen. Aan de achterlijke Arrhidaeus heeft hij niets en om uitsluitend alles op Alexander te verwedden is nu ook niet bepaald veilig, zelfs als hij niet mee naar Azië trok. Er kon toch van alles gebeuren?
Buiten Olympias is er over de andere vrouwen maar heel weinig bekend. Ze zouden wel in het Paleis van Pella ondergebracht zijn, waarschijnlijk in hun eigen kwartieren om zo min mogelijk onderlinge conflicten en ruzies te veroorzaken. Nicesipolis moet al kort na de geboorte van haar dochtertje gestorven zijn, en wat er van de andere vrouwen geworden is hebben we het raden naar. Justinus weet te vertellen dat Philippus veel kinderen had, waarvan sommige in de oorlog zijn omgekomen en andere door een ongeluk of op natuurlijke wijze, en het is wel vreemd dat we er verder niets over weten, amper een paar namen. Voor wat betreft het huwelijk van Philippus met Eurydice, die toch een heel stuk jonger was dan hij, stelt Worthington dat de andere vrouwen misschien te weinig kans hadden om nog een gezond kind ter wereld te brengen of misschien gewoon te oud waren. En ja, Eurydice was de enige volbloed Macedonische echtgenote hé ….! We weten intussen allemaal hoe Alexander daar tegenover stond!
Interessant wordt het verhaal helemaal als je hoort dat Attalus, om toch maar dichter bij Philippus te komen, “zijn†Eurydice vlak voor haar huwelijk als zijn eigen dochter adopteert. Als schoonpapa van Philippus door het leven gaan klink toch beter nietwaar?
Maar, op de huwelijksmarkt werd in die dagen hoog spel gespeeld! Niet alleen Attalus zelf, maar ook Coenus, een andere generaal van Philippus, waren allebei getrouwd met een dochter van Parmenion (zijn drie zonen, Nicanor, Philotas en Hector hebben later aan Alexanders zijde gevochten). Bovendien vertrokken Attalus en Parmenion gebroederlijk samen in de voorhoede naar Azië. Dit alles zou er simpelweg op wijzen dat Philippus ook een heel (huwelijks)netwerk onder zijn generaals onderling aanlegde. Een hele kliek dus, waar Alexander jammerlijk genoeg buiten stond. Hij mag dan wel erkend zijn als troonopvolger – waarschijnlijk al sinds hij 14 jaar oud was toen Aristoteles naar Macedonië gehaald werd en zeker toen hij als 16-jarige de zegel van Macedonië bewaakte terwijl zijn vader aan het oostelijke front aan het vechten was; en nogmaals toen hij aan het hoofd van zijn cavalerie in Cheronea de Heilige Thebaanse Bond vernietigde – maar hij maakte geen deel uit van Philippus’ intieme entourage. Misschien toch een reden om niet uit te sluiten dat Olympias en Alexander de moord van Philippus overwogen hebben…?
Wat een stof tot nadenken! Zoveel intriges aan het hof! Lodewijk XIV kon hier nog een voorbeeld aan nemen en Hendrik VIII met zijn zes vrouwen lijkt hier nog heilig naast, ofschoon Philippus II nooit een echtgenote onthoofd heeft en zelfs nooit gescheiden is. Wat een ongelooflijke warboel!
Als slot moet ik wel even denken aan het grootse huwelijksfestijn dat Alexander in 324 v.C. in Susa organiseerde en een duizendtal van zijn generaals en vrienden trouwden met meisjes uit de Perzische adel, al dan niet prinsessen. Toch geen origineel idee hé?
Alexander van Macedonë 19 – Einde
Einde en voor herhaling vatbar!
Hiermee is mijn bezoek aan Alexander van Macedonië ongeveer wel rond, denk ik zo. Nou ja, voor deze keer dan want het museum van Philippi en dat van Veroia wil ik toch wel eens zien. Ook in Amphipolis wil ik nog eens gaan kijken naar de schamele resten van de havenstad van Philippi, met het museum aldaar. Misschien wordt binnenkort toch nog het opgravinggebied rond het Koninklijk Paleis van Pella voor het publiek opengesteld en dat wil ik dan natuurlijk niet missen. Als ik toch weer in deze buurt ben, zal ik Aigai met het bijzondere museum van Vergina zeker nog eens doen want dat is toch wel zéér indrukwekkend! En tot besluit een retourtje naar het museum hier in Thessaloniki wanneer de andere zalen ook weer opengesteld worden.
Zo blijft een mens aan de gang natuurlijk. Maar goed, dit heb ik alvast gehad en ik heb met volle teugen genoten van al het moois en van alle verrassingen die ik tegengekomen ben. Wat een genot! Absoluut een geslaagde reis.
[Voor alle foto's van deze reis, klik op de Foto Album Alexander van Macedonië]
Alexander van Macedonië 18 – Thessaloniki
Thessaloniki voor de toerist
Het stof van de oudheid moet ik nu wel kwijt. Vanuit het museum loop ik richting Witte Toren aan de weidse baai van Thessaloniki, via een brede laan in het park. Aan het einde van deze laan staan allerlei uitnodigende zitjes met divans en kussens onder brede luifels en grote parasols. Dit is het zondagse rendez-vous van de Grieken voor een gezellig glaasje ouzo, een ijsje of hun typische drabkoffie. Ik kies een tafeltje in de schaduw van de oude bomen waar toch een klein briesje te voelen is, en bestel een dubbele espresso. Niet erg Grieks natuurlijk maar wel heel lekker en net wat ik nodig heb. Het grote glas water dat er vanzelfsprekend bij geserveerd wordt is ook welkom, en ik bestel nog een tweede rondje terwijl ik nog zit na te genieten van al het bijzondere dat ik de afgelopen uren bewonderd heb.
Langzaam keer ik terug tot het heden en ik sla de drukte aan de omliggende tafeltjes gade. De kinderen amuseren zich door hun ijsje te verdunnen met water en het met een rietje te drinken, terwijl pa en moe druk met handen en voeten op zijn Grieks aan de praat zijn. Aan het einde van de laan staat een grote ronde fontein die af en toe wat frisse druppels deze kant uitwaaiert. Als ik weer wat uitgerust ben en mijn dorst gelest is, ga ik weer op pad. De dag is nog jong tenslotte. Aan de overkant staat mijn blikvanger, Alexander de Grote, in brons uitgebeeld op zijn trouwe Bucephalus, alsof hij speciaal voor mij hier zijn opwachting maakt. Rechts is een langgerekt bronzen reliëf te zien waarop de confrontatie van Alexander met de Perzische Koning Darius in Issus uitgebeeld is. Schitterend natuurlijk, en voor mij net een knipoogje naar bekend terrein!
Langs de baai loopt een heel brede kade die wel voor een promenade kan doorgaan. Momenteel wordt hier een boekenbeurs gehouden en staan er over een paar kilometers allemaal stalletjes waar de boeken per onderwerp of uitgever te koop aangeboden worden. Prachtige exemplaren zitten er tussen, wel allemaal in het Grieks natuurlijk.
Min of meer op gevoel loop ik de stad in, weg van de baai, en beland bij de Aya Sofia van Thessaloniki, die twee eeuwen jonger is dan zijn zusje in Istanbul. Ik wil toch wel even binnen gaan kijken, ondanks de drukte in en rond deze kerk. Blijkt dat er vandaag gedoopt wordt en dat gebeurt niet collectief, maar heel persoonlijk, één voor één. Elke familie zorgt dus voor zijn eigen versiering van het altaar terwijl de genodigden van de ene doop de kerk uit en de volgende de kerk weer in lopen. Ik kan dus ook rustig rondlopen zonder iemand te storen. Alle lampen en kroonluchters zijn voor de gelegenheid ontstoken en met iedereen op zijn paasbest heerst er een heel feestelijke sfeer. De kerk is volgens het aloude orthodoxe patroon gebouwd met de vier portretten van Christus, Sofia en de aartsengelen op de iconostase, daarbovenop de twaalf apostelen en de Christus Pantocrator in het koepeltje boven mijn hoofd. In de halve ronding boven het afgesloten altaar prijkt een groot mozaïek van Maria met het Kind op een gouden ondergrond. De zijkapel, gemeubileerd met fijn bewerkte houten stoelen, is versierd met delicate rode en witte fresco’s op een donkerblauwe ondergrond. De zuilen tussen deze kapel en het middenschip doen ook weer denken aan Istanbul en aan de Basilica van Philippi. Een vertrouwde maar ook weer een heel eigen combinatie.
Terug buiten loop ik verder omhoog naar het hart van de stad waar het Romeinse Forum ligt dat na de stadsbrand van 1917 te voorschijn is gekomen. Het geheel is afgezet en blijkbaar wordt hier ook nog gewerkt. Ik vraag me af of de archeologen ooit wel klaar komen op al die plekken. Het met marmer geplaveide Forum is duidelijk herkenbaar en ook de straten en winkeltjes er omheen zijn netjes uitgegraven. Verderop liggen nog hopen grond en gruis waar wat mee gedaan wordt en daar kom ik ook niet bij. Er loopt wel een dame van de bewaking achter me aan om te kijken dat ik niets verkeerds doe of niets meepik, wie weet? Wat hogerop naar rechts liggen resten van mozaïekvloeren voor een smalle portiek met daarachter een klein Odeon. Hier zijn geluidstechnici in de weer met een installatie voor vanavond.
Wat er precies staat te gebeuren kom ik niet aan de weet, maar voor de gelegenheid is de vloer van het Odeon wel met dikke glasplaten afgedekt zodat het podium glad en wat groter is. Blijkbaar wordt dit Forum niet druk bezocht, want ik word aangekeken met een blik van “wat doet zij hier?â€. Nou ja, daar stoor ik me niet aan, als ik hier niet mag lopen dan zeggen ze het maar.
Ik loop door de winkelstraten en over de boulevards weer terug, uitkijkend naar een uitnodigend terras voor thee. Thessaloniki is eigenlijk vrij saai als stad, met blokkendozen van huizen, meestal vier of vijf verdiepingen hoog met beneden ruimte voor winkels of banken. De etalages tonen wel mooie kleding en schoenen e.d., die allemaal toch wel vrij prijzig zijn. De gebouwen staan anders wel goed in de verf en zien er tamelijk schoon uit, maar de stoepen hebben blijkbaar nooit een sopje gezien. Alleen de souvenirwinkeltjes zijn op zondag open, maar ik heb geen spijt dat ik nergens binnen kan om iets te kopen, het kan me niet bekoren. De straat langs het strand is druk met snacks en speelholen voor de jeugd, en zelfs in de meer respectabele gelegenheden word ik weggeblazen door de blèrende hiphop muziek. Zo kom ik weer bij het park waar ik eerder op de dag mijn zitje vond. Op de hoek staat zowaar een bronzen beeld van Koning Philippus II van Macedonië, in vol militair ornaat, echt zoals ik hem mij voorstelde. Nee maar, net of ik nu de hele familie tegengekomen ben. Ik vraag me nogmaals af of de mensen hier nu echt nog zoveel op hebben met Philippus en Alexander en hun Macedonisch verleden of dat dit een zuiver commerciële manoeuvre is? Wie zal het zeggen?
Mijn tafeltje onder de oude dennenboom is nog vrij en het meisje dat me eerder bediende komt glimlachend op me af. Ja, nu is het tea time. Dat kan en ik krijg keurig een zilveren potje thee op zijn Engels geserveerd met alles wat erbij hoort. Wat heerlijk!
[wordt vervolgd ...] [voor een volledig overzicht van foto's, klik op Alexander of Makedonia]
Alexander van Macedonië 17 – Macedonisch goud
Macedonisch goud in het Archeologisch Museum van Thessaloniki
Een goede planning is toch alles, al zeg ik het zelf. Mijn bezoek aan het Archeologisch Museum van Thessaloniki heb ik toevallig of niet op zondag gepland, een dag waarop het vrachtwagenverkeer bijna nihil is en ik zonder moeite de binnenstad in kan rijden.
Het is wel zoeken want een bordje naar het museum kom ik niet tegen. Ik weet gelukkig dat het vlakbij de Witte Toren aan de baai van Thessaloniki moet liggen en uiteindelijk parkeer ik mijn auto daar in de buurt, op een schaduwrijk plekje bovendien. Ik vraag mijn weg aan twee voorbijgangers en het blijkt inderdaad vlakbij te zijn, alleen de straat oversteken. Nou, je moet het wel weten want er staat nergens aangegeven dat dit een museum is!
Er is hier een speciale expositie over Macedonisch goud ingericht, nou dat is precies in mijn straatje natuurlijk. Zo krijg ik te lezen dat tot in de dagen van Koning Philippus II goud en zilver op gelijke voet stonden en dus dezelfde waarden toegekend kregen. Toen Philippus echter de controle over de goud- en zilvermijnen van Tracië had en zijn nieuwe technieken wist toe te passen, was er plots een overdaad aan zilver, waardoor de waarde daarvan daalde t.o.v. het goud. Een waardering die heden, zovele honderden jaren later, nog van kracht is.
Ik kijk mijn ogen uit op de prachtige gouden drinkbekers en het groot aantal gouden kransen met gekleurde emaillen bloemen en bladeren, soms met groene koperen bladen ertussen geweven als contrast. Een drinkbeker van bergkristal, een juwelenkistje van beschilderd aardewerk, een bijzondere gedraaide gouden armband met leeuwenkoppen, wat dunne gouden takjes met dito bladeren die op een kledingstuk genaaid konden worden, het ene stuk steekt de loef af bij het andere.
Een van de klapstukken is de grote gouden wijnkaraf met dansende Menaden tussen de Dionysus-jongelingen, de zg. Derveni krater. Het zijn allemaal stukken uit de tijd toen het Macedonische rijk op zijn hoogtepunt stond, uit de tijd van Philippus en Alexander dus. We hebben geen idee van de rijkdom die er toen geheerst moet hebben. Een beetje vertrouwd doet het graf aan, een grote rechthoek met veelkleurig beschilderde binnenwanden en op de bodem glazen en ceramiek flesjes tussen de beenderresten. Het zijn stuk voor stuk weer schitterende voorwerpen, goed bewaard en goed gerestaureerd, waaraan ik me sta te vergapen.
Als een der laatste vondsten pronkt men hier met stukken papyrus die met Griekse teksten beschreven zijn. Ik wist niet dat dit bestond en blijkbaar zijn deze documenten ook uniek, t.t.z. de enige die men tot nu toe gevonden heeft. Ze zijn afkomstig uit een graf en bevatten o.a. hele teksten van Homerus. Geweldig toch zoiets!
Verder is het museum afgesloten met ook hier weer een smoesje van nodige restauraties. Het zal wel, maar happy ben ik daar niet mee, temeer daar ik een aantal e-mails gestuurd had naar het museum en daar nooit een antwoord op gekregen heb.
[wordt vervolgd ...] [voor een volledig overzicht van alle foto's, klik op Alexander of Makedonia]
Onze planeet Aarde
Even iets anders, onze planeet is toch echt wondermooi? Laten we er maar zuinig op zijn!
Alexander van Macedonië 16 – Philippi
Uit de tijd van Philippus getuigen nog de resten van de indrukwekkende stadswallen, waarlangs ik nu het oude Philippi binnenloop. Rechts ligt het Theater uit het midden van de 4de eeuw v.C., met Griekse funderingen en benedenbouw dat de Romeinen in de 2de en 3de eeuw n.C. op grote schaal ombouwden en vergrootten. Hier wordt nog druk gewerkt aan restauraties en reconstructies, en natuurlijk wordt het ook nu nog gebruikt voor voorstellingen, wat ik toch altijd heel bijzonder vind. Ik klauter langs de hoefijzervormige rijen naar boven om een beter overzicht te krijgen niet alleen van het theater maar ook van het hele opgravinggebied. Jeetje, wat groot! Ik moet ook nog aan de overkant van de moderne weg zijn, zo blijkt nu.
Voorzichtig, als om de oude geesten niet te wekken, zet ik mijn stappen op de smalle Griekse weg die langs de skene van het theater verder loopt naar oude cisternen waarvan gezegd wordt dat hier apostel Paulus gevangen heeft gezeten, ofschoon dat volgens andere bronnen weer tegengesproken wordt. Op deze plek moet ook eens een basiliek gestaan hebben. Tja, in de loop der tijden worden gebouwen soms zo dikwijls hergebruikt dat het allemaal wat onduidelijk wordt. Wel kom ik een aantal christelijke kruisen tegen, uitgehouwen in de muren of op potten die langs de weg staan. De christelijke tijd heeft duidelijk zijn sporen achtergelaten.
De zon staat hoog aan de hemel en het is heet benauwd weer. Ik zoek zoveel mogelijk de schaarse schaduwplekjes op die maar weinig verkoeling bieden. Ik verbaas me ook hier over de bloemenpracht, zo veelvuldig en zo kleurrijk, met bonte vlinders die vrolijk rondfladderen. Verderop ligt het museum dat ook weer voor restauratie gesloten is. Moet dat nou precies wanneer ik hier ben? Via trappetjes en schuintes vind ik mijn weg, onder de asfaltbaan door, naar het andere deel van Philippi, dat puur Romeins is.
Eerst moet ik de Romeinse Via Egnatia oversteken die, heel bijzonder is dat weer, vlak naast de huidige weg loopt al is dat een drietal meter lager. We hebben toch niet veel nieuws uitgevonden hoor! Deze Via Egnatia was dé grote weg die van Rome naar Byzantium liep en die hier in Philippi heel makkelijk geblokkeerd kon worden, een strategisch punt dus. Even tussen haakjes is het wel leuk te vermelden dat de nieuwe autobaan die, zij het nog niet helemaal compleet, van hier via Thessaloniki naar Athene loopt ook de naam van Via Egnatia gekregen heeft.
Het Romeinse Forum met zijn indrukwekkende afmetingen van 100 x 50 meter, grenst met zijn lange kant aan deze Via Egnatia. Langs de drie andere zijden liggen de officiële gebouwen met aan de oost en westkant telkens ook een tempel. Het Forum is helemaal geplaveid met marmer dat weliswaar van weer en wind geleden heeft maar er verder nog vrij intact bij ligt.
Elke nieuwe bezetter van Philippi heeft uiteraard zijn sporen achtergelaten. Ik kom maar liefst drie basilica’s tegen die in de 5de en 6de eeuw gebouwd zijn, om nog te zwijgen over de zg. Achthoekige Kerk uit ongeveer 400 n.C. die bovenop een oudere kerk staat, ooit gewijd aan apostel Paulus. Op zijn beurt staat deze kerk weer bovenop een oude graftombe uit de Hellenistische tijd. Moeilijk om er allemaal uit wijs te kunnen hoor! Ik beperk me dus maar tot de vier monolithische zuilen met Byzantijnse kapitelen van de derde Basilica die me doen denken aan de Aya Sofia in Istanbul. Het zal wel een broertje van het zusje zijn, denk ik zo. Ik sta even raar te kijken dat vlak naast deze Basilica goed bewaarde Latrines liggen, maar dan blijkt dat deze Latrines bij het Gymnasium hoorden, t.t.z. ditzelfde complex dat door de christenen tot Basilica omgebouwd werd.
Verder naar links liggen de privé villa’s en woningen en daar staan nu afdakjes boven de blootgelegde mozaïekvloeren, duidelijk van Romeinse makelij en altijd een beetje grof naar mijn smaak.
Ik hou het nu wel voor gezien. De hitte hier tussen de stenen is onhoudbaar geworden. Ondanks mijn sjaaltje dat ik Arabische stijl met zijn zonneklep als schaduwtent op mijn hoofd geklemd heb, gaat dit mijn liefde voor de oudheid nu wel te boven! Ik loop terug naar de parkaanleg aan de ingang. Mijn autootje staat nog lekker in de schaduw en ik zoek een dito plekje op, waar een windje doorwaait. Thee en water hebben ze hier gelukkig, en met een stoel onder mijn voeten installeer ik me met mijn waaier onder een dikke pijnboom. Later hoor ik dat het hier 39 graden geweest is! Geen wonder dat ik last had van de hitte! Het duurt wel even eer ik weer bij kom.
De Akropolis boven op de berg achter Philippi, die trouwens uit de Byzantijnse tijd dateert, hou ik voor gezien. Wel ga ik met mijn gekoelde wagentje de weg iets verder noordwaarts op tot aan het andere eind van de stadwallen om de grootte van Philippi in te schatten. Een enorme stad, inderdaad!
Half versuft rij ik terug naar mijn hotel. Gelukkig zie ik een binnendoortje richting Panorama, achter langs de bergen met masten en sterrenwacht die ik vanuit mijn kamer ook zie. Na een verfrissende douche ga ik languit op bed en val zowaar in slaap. Die avond is het feest in de hemel met onweer en regen en zelfs rukwinden, geen wonder.
[wordt vervolgd ...] [Alle foto's zijn op Alexander of Makedonia te bekijken]
Alexander van Macedonië 15 – Philippi
Philippi
De oude stad Philippi, net buiten het huidige Filippoi, is een heel ander verhaal. Ik moet hiervoor nu oostwaarts rijden en iets verder terug in de tijd gaan.
Deze stad, genoemd naar Philippus II, heette vroeger Datus en daarvoor nog Crenides, wat bronnen betekent, vanwege de vele bronnen die in de naburige heuvel ontspringen. Crenides was een kolonie van het eiland Thassos (voor de kust van het huidige Kavà la) en Athene wou daar maar al te graag de scepter zwaaien, al was het alleen maar om de controle over de goud- en zilvermijnen in het hinterland te krijgen.
In 356 v.C., toen Philippus net de heerschappij over alle Griekse steden verworven had, wilde ook Crenides genieten van de bescherming van deze grote generaal en schrandere diplomaat. Deze uitnodiging sloeg Philippus natuurlijk niet af want hierdoor kreeg hij niet alleen toegang tot het Pangai Gebergte met zijn rijke zilver- en goudertsen, maar hij controleerde daardoor ook het invloedrijke Thassos én de verbindingsroute van Macedonië naar Azië. Hij zorgde ervoor dat de stad een verstevigd bolwerk tegen de Traciërs werd, en noemde hem vanzelfsprekend naar zichzelf, Philippi.
In de mijnen hanteerde Philippus nieuwe technieken wat hem een bijkomend jaarlijks inkomen van maar liefst 1000 talenten opleverde. Zodoende had hij genoeg geld om zijn leger van beroepssoldaten te onderhouden. Hij legde de uitgestrekte moeraslanden aan de zuidkant van Philippi droog en voerde verbeteringen door in de landbouw. De producten werden geëxporteerd via de nabijgelegen haven van Neapolis, nu Kavà la, ongeveer 12 km zuidelijker, en Philippi ontplooide zich tot een welvarende stad.
Tot zover de geschiedenis van de stad die mij interesseert. Later annexeerden de Romeinen de stad toen zij Macedonië in 168 v.C. inlijfden. In 42 v.C. werd er nog een gedenkwaardige veldslag geleverd, toen door het Romeinse triumviraat onderling nog wel, met Brutus en Casius enerzijds en Octavius en Marcus Antonius anderzijds. Daarna werd Philippi een kolonie van Rome. Om het verhaal van Philippi compleet te maken dient vermeld te worden dat apostel Paulus hier de eerste christelijke gemeenschap vestigde, die stand hield tot ver in de 4de eeuw. Midden 5de eeuw werd de stad verwoest, maar overleefde ondanks alles de invasies van de Slaven en de Bulgaren, van de Kruisvaarders en de Turken, tot hij uiteindelijk in de 15de eeuw verlaten achterbleef.
Op de huidige kaart van Griekenland ligt Philippi nog net binnen de provincie Macedonië. Met de auto vanuit Thessaloniki is het een twee en half uur rijden aangezien de 200 km lange weg niet helemaal autobaan is. Dit was en is de weg naar Byzantium, het huidige Istanbul, dus ook nu nog zeer druk vooral met vrachtverkeer naar Turkije.
Ik rij langs de langgerekte meren waarmee het schiereiland van Chalkidike met losse steken aan het vastenland hangt. Ik ben een en al oog voor het landschap, niet zozeer omdat Philippus hier ooit doorgetrokken is, maar vooral omdat dit voor Alexander de aanvang was van zijn grote veldtocht die meer dan tien jaar zou duren. Zijn leger moet vrij makkelijk door dit lieflijke, vrij vlakke land getrokken zijn, tussen de lage heuvels in het noorden en de moerassen langs de meren aan de zuidkant. Bij Amphipolis is Alexander de Strymon Rivier overgestoken, die toch een vrij brede uitwaaierende monding had, waarna hij in het woeste Pangai Gebergte terecht kwam met toppen van 2000 meter hoog. Dit is schitterend land en ik bedenk bovendien dat dit de zuidkant van het Bulgaarse Rhodopi Gebergte is, ook zo een gebied met boeiende ruwe natuur. Tenslotte ligt de Bulgaarse grens slechts 55 km hier vandaan.
Ik sla nu bij Kavà la linksaf naar Philippi, maar Alexander is hier grotendeels langs de kust verder getrokken, de Evros Rivier over tot aan Elaeus waar hij na de nodige offergaven aan de goden en twintig dagen na vertrek uit Pella, de Hellespont overstak. Ik kan dus even proeven van de sfeer van weleer, me toch wel verbazend over het feit dat Alexanders 40.000 man sterke troepenmacht een afstand van ruwweg 600 km in 20 dagen kon afleggen, want dat is toch een gemiddelde van 30 km per dag voor de zwaar beladen Macedonische soldaten die, buiten hun uitrusting, ook een maandvoorraad bloem voor zichzelf moesten meedragen. Knap hoor!
[wordt vervolgd ...]
Nieuws uit Didyma, Turkije
ENGLISH Het kan gebeuren dat illegale opgravingen nieuwe dingen aan het licht brengen die dan echt de moeite waard blijken te zijn, zoals afgelopen zomer (2010) in Didyma aan Turkije’s westkust.
Didyma waar ooit een beroemd orakel te vinden was, betekent letterlijk “tweelingenâ€. De Tempel van Apollo is intussen een grote trekpleister voor de toeristen in de regio en omdat de god Apollo een tweelingzus had, de godin Artemis, is het niet onwaarschijnlijk dat er ook een tempel gestaan heeft die aan haar gewijd was.
Maar ja, nu zijn bij illegale opgravingen resten van een muur gevonden die gezien zijn afmeting en ligging deel zouden hebben kunnen uitmaken van een andere tempel. En omdat deze stad zoals gezegd Didyma heet, ligt het voor de hand dat die tempel dus aan Artemis gewijd zou zijn. Totnogtoe is dat slechts speculatie natuurlijk en moeten we wachten op de resultaten van nieuwe opgravingen om dat te bewijzen.
Intussen wordt er ook gewerkt aan de Heilige Weg die van Milete naar Didyma liep, en meer bepaald aan het gedeelte gelegen tussen de Tempel van Apollo en de haven van Panormos.
Ik ben zeer benieuwd wat hier weer aan het licht zal komen!
Alexander van Macedonië 14 – Dion
Via een paar grote stenen steek ik het riviertje over en loop verder de tunnel onder de weg door naar de feitelijke stad van Dion. Deze is voornamelijk Romeins met zeldzame sporen van de vroegere Griekse nederzetting. Er is hier wel veel werk verricht. Een duidelijk stratenplan waar tot nu toe 22 straten zijn blootgelegd, verdeelt de stad in vierkante vlakken waarlangs woonhuizen, winkels en basilica’s lagen. Links binnen de Romeinse Stadswallen liggen de Thermen met schitterende mozaïeken en een nog vrij goed bewaard verwarmingssysteem, met daarnaast het Gymnasium en uiteraard de Latrines.
Hier en daar loopt het water gewoon over straat en ik kan me zo indenken dat de opgravingen hierdoor toch wel enige hinder ondervinden. Maar aan de andere kant is dat wel de bevestiging dat het drinkwater in de oudheid geen probleem geweest moet zijn. In een van de straten is een graafmachine aan het werk. Er staat een boom in de weg en de grond eromheen moet nu zorgvuldig weg gegraven worden. Een archeoloog tuurt bijna voortdurend in de diepte om er op toe te zien dat er niets beschadigd wordt. Ja, ze kunnen hier nog wel een paar jaar doorgaan. Terug op de asfaltweg werp ik een laatste blik op het terrein en het valt me ineens op dat er toch heel wat vloeren, al dan niet met mozaïeken met plastic en kiezels afgedekt zijn. Ja, waar moet je er allemaal mee naartoe?
Het is ook hier heet maar er waait gelukkig een windje, al biedt dat niet veel verkoeling. Ik word er wel lam van en moet mezelf ertoe aansporen om toch tot aan het afgezette mozaïek van de Triomf van Dionysus te lopen. Dat ligt netjes onder een afdak maar ik mag het alleen van de verkeerde kant bekijken, op zijn kop dus. Het is niet erg duidelijk, misschien moet het eens schoongemaakt worden?
Bij de ingang van het terrein ligt een souvenirwinkeltje waar ook verfrissingen te koop zijn. Ze hebben hier gelukkig ook thee en ik zoek een schaduwrijk zitje op. Het koele briesje doet me bepaald deugd en de rust, na een tippel van zeker 3 uur, is zeer welkom. Als ik weer wat bijgekomen ben, loop ik terug naar het museum zo een 400 meter verderop, waar vanmorgen de elektriciteit uitgeslagen was.
Het licht brandt er nu gelukkig weer en ik mag er ook fotograferen, wel zonder blits natuurlijk. Waarom nu precies weet ik niet, maar het museum valt tegen. Er staan wel wat gave en interessante stukken, maar de uitleg is minimaal of onbestaand en het museum is, in verhouding tot de grootte van het oude Dion, ook kleiner dat ik had verwacht. Nadat ik rond de opgravingen zoveel inspanning gedaan heb om me al de vindplaatsen in te prenten, mis ik hier bij voorbeeld een plattegrond met de plek waar de beelden uit de tempels en dergelijke gevonden zijn. Ja, ik ben weer lastig, weet ik! Ik ga nog even boven kijken waar nog minder staat, behalve … een orgel! Daar wordt niet mee aan de weg getimmerd, maar dit is toch echt het enige tot nu toe gevonden waterorgel uit de oudheid. Nee maar! Het klavier moet je erbij denken maar het hele koperen pijpensysteem is aanwezig! Wat een ding! Dit is echt een unicum en maakt voor mij toch weer een heleboel goed!
[wordt vervolgd ...] [alle foto's zijn op Alexander of Makedonia te bekijken]
